
Kinderopvang is een verzamelterm voor verschillende mogelijkheden om kinderen op te vangen, op het moment dat deze bijvoorbeeld niet naar school gaan en hun ouders niet thuis zijn.
Met kinderopvang worden in het spraakgebruik met name de formele vormen van opvang aangeduid, opvang waarvoor betaald moet worden. De informele vormen (gratis opvang door opa, oma of buurvrouw) vallen er meestal buiten. Voorbeelden van kinderopvang zijn een gastouder, een kinderdagverblijf (of crèche) of na- en buitenschoolse opvang.
In de Wet kinderopvang worden formele definities voor de verschillende vormen gegeven. Daarnaast bestaat er een gemeentelijke erkenning, die kan leiden tot belastingaftrek voor de ouders. In Nederland is er een beperkt aanbod van kinderopvang, niet qua vormen, maar qua plaatsen. Er is over het algemeen een tekort aan plaatsen in de kinderopvang. De wetswijzigingen in 2005 hebben er wel voor gezorgd dat de vraag afnam en dat op een enkele plaats een overschot ontstaan is. In 2007 is er weer sprake van forse wachtlijsten voor de buitenschoolse opvang.